ARTIKEL UIT Reformatie








nummer


02

jaargang


82

datum


14-okt-2006


Artikelkop Drentse emigranten naar Amerika in de 19de eeuw - H. Veldman

Het thema ‘religieus gemotiveerde emigratie’ blijft van tijd tot tijd de gemoederen - ook van historici - bezig houden. Een al veel onderzocht terrein is dat van de ‘landverhuizing’ van de afgescheidenen naar de Verenigde Staten van Noord-Amerika. Die begon in 1846 en liep door tot laat in de 19de eeuw, toen de Afscheiding zich al verenigd had met de Doleantie. En in de 20ste eeuw leefde de gedachte van emigratie, zeker na de Tweede Wereldoorlog, weer sterk op - al waren de redenen veelal niet meer godsdienstig van aard.
Trouwens, gingen de afgescheidenen uit Nederland weg vanwege de vervolgingen? Of speelden andere motieven een hoofdrol? In het hier te bespreken boek Wij, eenvoudige Drentse lui geeft onderzoeker Ger de Leeuw er een antwoord op. Tenminste vanuit Drenthe.



Drenthen emigreren

Nu zou men kunnen denken dat de inwoners van de mooie provincie Drenthe dat emigreren niet in zich hadden. Dat zij gewoon thuis bleven in ‘de Olde Landschap’. Maar nee, ook op hen, de ‘eenvoudige Drentse lui’, kreeg de emigratiekoorts soms ‘zomaar’ greep. En de anders zo honkvaste Drentse gereformeerden vormden daarop geen uitzondering. Dat bleek wel zonneklaar in de jaren 1846 tot 1872, toen uit het nog zo dun bevolkte Drenthe (met nog geen 80.000 inwoners in het midden van de 19de eeuw) in totaal 1321 inwoners als landverhuizers naar Amerika trokken, onder hen honderden gereformeerden. Een aderlating voor de achterblijvers, een sprong in het duister voor hen die hun weinige spulletjes naar de overkant van de Atlantische Oceaan brachten. Wat bezielde zulke mensen toch om zich in de haven van Rotterdam in te schepen op een zeilboot als de ‘Southerner’? Wat waren toch hun diepste zieleroerselen om een zo gewaagde onderneming op te zetten?
Op deze vragen heeft onderzoeker en publicist Ger de Leeuw (* 1940), zelf wonend in Oosterhesselen en nauw verwant aan de gereformeerden die Drenthe ooit verlieten, getracht een helder antwoord te geven. Ik mag zeggen dat het boek dat hij daarover dit voorjaar uitgaf daarvan een uitstekend overzicht biedt.

De achtergronden

Laat ik beginnen met aan te geven dat het verhaal van De Leeuw gaat over álle Drenthen die naar Amerika vertrokken (in de periode 1846-1872). Maar van deze emigranten behoorde een aanzienlijk deel tot de afgescheidenen: van de 370 gezinshoofden of alleenstaanden die emigreerden waren er 202 lid van een Christelijk Afgescheiden Gereformeerde Kerk, d.w.z. bijna 55%. En dat is natuurlijk opvallend. Dat vraagt om een verklaring.
De schrijver zet alles in een ruim historisch overzicht naast elkaar. In zijn eerste hoofdstuk (‘Het voorspel’) gaat hij na hoe de kerkelijke situatie was in de eerste jaren van de 19de eeuw. Hoe koning Willem I als ‘verlicht despoot’ een grondige verandering doorvoerde die de Gereformeerde Kerk niet alleen van haar naam, maar ook van haar grondslagen beroofde. Toen de afgescheidenen vanaf 1834 opriepen tot wederkeer naar het geloof en de eredienst der vaderen, werd dat ook in de Drentse samenleving met hoongelach begroet. De ‘fijnen’ waren dwepers, die niet goed bij hun zinnen waren, of ‘stalvee’ (zoals de Hervormde dominee van Kantens dat meende te mogen stellen) dat stomweg luisterde naar jonge dominees die een verkeerde geest hadden.
Uit het niet-geaccepteerd zijn van de afgescheidenen kan dus een eerste motief voortvloeien voor emigratie. Toch geldt dat niet zó sterk dat we daarmee de eerste emigratiegolf (1845-1848) kunnen verklaren. Immers, koning Willem II had, anders dan zijn vader, de afgescheidenen met rust gelaten, hen de nodige vrijheid gelaten. Al was de onderwijsvrijheid nog steeds niet bereikt.
Toch valt het op dat het juist in 1845 tot een climax kwam met de propaganda voor emigratie. Daar deden de afgescheiden dominees H.P. Scholte en A.C. van Raalte flink aan mee, zelf emigreerden ze in 1846 met een schare volgelingen. Ook ds. A. Brummelkamp voelde er veel voor, getuige de met Van Raalte geschreven brochure Landverhuizing, of waarom bevorderen wij de volksverhuizingen wel naar N. Amerika en niet naar Java? , maar hij bleef toch in Nederland. Van Raalte richtte zich vooral op de Drenthen en wist velen van hen te winnen voor zijn plannen.

Aardappelziekte en werkloosheid

De emigratie in 1845 had ook een heel belangrijke reden in de sfeer van het economische: de toen uitgebroken aardappelziekte deed de kosten voor levensonderhoud enorm stijgen en vormde voor velen in Nederland een reden tot zorg om het behoud van de werkgelegenheid. Nu kon men natuurlijk kiezen voor een oplossing in een bestaande Nederlandse kolonie, bijvoorbeeld in Oost-Indië of Zuid-Afrika. Het eerste trok weinig gewone mensen aan: Indië lag in de hete tropen en bovendien, hoe veilig was het daar? Zuid-Afrika was een alternatief waar later wel menigeen voor ging voelen, al was de politieke toekomst van de Boerenrepublieken daar niet erg zeker. Nee, dán Noord-Amerika, dat was een land dat - zoals iemand schreef die er al was neergestreken - ‘door God gezegend wordt’. Een bijzonder ruim en uiterst vruchtbaar land dat een vergelijking met het Beloofde Land goed kon doorstaan. Een nieuwe, vrije toekomst opbouwen in een eigen kolonie, wie zou daar niet áán willen?
Nu moest men natuurlijk naast het godsdienstige en het economische als motieven nóg wel over een kenmerkende eigenschap beschikken: voldoende pioniersgeest om een dergelijke, veelszins definitieve stap te zetten. Wel, onder de Drenthen, hoe ‘eenvoudig’ ze zichzelf ook zagen, was die geest er. Ook bij de afgescheidenen die soms in hun dorp of buurtschap een voorbeeldfunctie vormden. Hoewel het hier opvalt dat er ook Drentse gemeenten waren zonder ook maar één emigrant!

Wat was doorslaggevend?

En wat was nu het doorslaggevende motief voor Drenthen om te emigreren? De vrijheid van godsdienst? Nee, de burgemeesters die de redenen van vertrek registreerden, telden maar 6,5 % die om de godsdienst naar Amerika wilden; voor ruim 18% waren godsdienst én bestaan de zwaarst wegende redenen, terwijl maar liefst 64 % het economische (‘brood’) als werkelijke reden opgaf.
We kunnen het via dit boek allemaal nagaan uit alle 34 Drentse gemeenten. De schrijver heeft de emigratiegegevens uit alle gemeentelijke en provinciale archieven nageplozen en doet er royaal verslag van. Alle namen van de emigranten zijn vermeld, met de bijzonderheden! En daarop aansluitend laat hij de lezer zien hoe de Drenthen zich in de USA ‘settelden’, de meesten als een grote groep ‘gewoon’ in hun eigen nederzetting Drenthe (in Michigan), gelegen aan de Black River die uitmondt in het Michiganmeer. Waar overigens ook de nederzetting Groningen te vinden was, en Vriesland, en Holland, en Zeeland, en Graafschap, enzovoorts. In welke regio in de kerken de Nederlands taal nog tot ver in de tweede helft van 20ste eeuw de voertaal was!
Dat de emigratie soms ook een aderlating was, wordt duidelijk als we erop letten dat de afgescheiden gemeente te Sleen na het vertrek van de meeste leden moest worden opgeheven; ook de kerk van Emmen kreeg een fors ledenverlies te verwerken, maar de achtergebleven Sleeners besloten om ’s zondags voortaan in Emmen naar de kerk te gaan.

Slotopmerkingen

Enkele opmerkingen wil ik nog kwijt. De schrijver heeft in veel gevallen de kerkhistorie van de afgescheidenen in Drenthe weergegeven op basis van bestaande, soms oudere literatuur. Soms laat hij na te beschrijven hoe de kerkelijke beweging van de Afscheiding zich in een dorp heeft voorgedaan. Dat is geen verwijt aan zijn adres, maar meer een vaststellen van een probleem: immers, over de Afscheiding in Drenthe bestaat nog steeds niet een algemeen overzicht. Verder nodigt het materiaal uit tot een vergelijking met andere provincies; daarover laat de auteur ons echter in het ongewisse.
Soms zijn er in het boek wat foutjes geslopen: op bladzijde 5 staat een foto van Helenius de Cock, maar de auteur schrijft dat het diens vader Hendrik de Cock is. Douwe van der Werp - de bekende ex-schoolmeester van Houwerzijl die lange tijd de rechterhand van Hendrik de Cock is geweest, is niet in Uithuizen, maar in Groningen geboren. Het meest storend is de meer dan eens herhaalde mededeling over de bijzonder figuur van de afgescheiden ds. L.G.C. Ledeboer, die in een Drents dorp, genaamd Benthuizen zou wonen, dat zelfs nader aangeduid is met de vermelding ‘in de gemeente Ruinerwold’. Hoe goed De Leeuw Drenthe ook mag kennen, dit klopt niet. Hij zal wel op de klank zijn afgegaan en aan Berghuizen in de gemeente Ruinerwold gedacht hebben; maar Benthuizen ligt gewoon in Zuid-Holland.
Verder vind ik de schrijfstijl van De Leeuw hier en daar nogal vlak. Een meer gevarieerde woordkeus veraangenaamt de lectuur van dit overigens zeer interessante boek. Tevens had ik de literatuurlijst liever als echt slothoofdstuk gezien. Ook had de typografie van de noten bij elk hoofdstuk anders gekund (m.i. gemoeten).
Een goed ding is dat de Nederlandse samenvatting ook in het Engels is vertaald.
Tenslotte wil ik dit boek van harte aanbevelen omdat het een bijzondere geschiedenis behandelt van ‘de kerk van alle tijden en plaatsen’ in ‘a changing society’.

N.a.v.: Ger de Leeuw, Wij, eenvoudige Drentse lui. Landverhuizers uit Drenthe die in de jaren 1846-1872 in Amerika een nieuw bestaan opbouwden. Reeks Historiën van Drenthe van de uitgeverijen Drenthe te Beilen en Profiel te Bedum, 2006, 269 bladzijden, ruim geïllustreerd. Prijs: € 24,95.
ISBN-10: 80-75115-39-3. Ook: 13-978-90-75115-39-0.

Drs. H. Veldman is kerkhistoricus en woont te Zuidhorn